Menu

Balletmuziek dirigeren is een vak apart

Speciaal voor Christmas Spectacular: ‘Dancing in a Winter Wonderland’ van De Dutch Don’t Dance Division is een compleet symfonieorkest samengesteld, gedirigeerd door Huba Hollóköi. Van bigband tot Weihnachtsoratorium, het orkest speelt het. Hollóköi geeft zijn indruk direct na de allereerste repetitie.

De Dutch Don’t Dance Division kreeg Hollóköi in het vizier toen de tv-documentaire Maestri (niet te verwarren met Maestro) hem een jaar lang volgde. Hollóköi had al een master orkestdirectie behaald in Finland en veel ervaring opgedaan, maar nu volgt hij in Nederland het National Master Conducting Programme van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en het Conservatorium van Amsterdam. Een zeer exclusief programma waar maar vier jonge dirigenten aan mee kunnen doen. Het biedt hem de kans als assistent te werken van verschillende grote dirigenten in Nederland.

Nu staat hij voor een groot orkest dat bestaat uit muziekstudenten en een aantal musici van het Residentie Orkest. ‘Ik beschouw het als een volledig professioneel orkest,’ zegt hij. ‘Iedereen die erin speelt is beroepsmusicus, of zal dat over één of twee jaar zijn.

Dirigeren voor ballet is volgens Hollóköi echt een vak apart. ‘De muziek wordt gebruikt voor de timing van de choreografie. De dansers hebben met opnamen gerepeteerd en het verzoek aan mij was om die opnamen zo goed mogelijk te benaderen. Tegelijkertijd moet ik de danser volgen die op dat moment op het toneel is: in wat voor stemming, conditie en tempo is diegene bezig op het toneel?’

Thom Stuart en Rinus Sprong hadden de speellijst al klaar toen Hollóköi benaderd werd. ‘Het zijn soms complete stukken, maar soms ook fragmenten of delen, zoals het Weihnachtsoratorium of een stuk van Britten. Gelukkig hebben Thom en Rinus een goede muzikale smaak en hebben ze de dansers laten repeteren op mooie uitvoeringen. De ouverture “Die Fledermaus” van Johann Strauss is bijvoorbeeld een versie gedirigeerd door Nicolaus Harnoncourt.’

In de voorstelling horen we barok, romantiek, bigband en elektronische muziek. Hollóköi: ‘Het is een kleurrijke mix. Er is officieel geen rode draad tussen de stukken, maar op de één of andere manier is er toch verband. Het zet iets neer. Het is een collage, waarvan de onderdelen zijn uitgekozen met het toneel in gedachten. Als ik een rode draad moet aanwijzen is dat het: wat er gebeurt op het podium. Het karakter van de voorstelling verandert steeds en de muziek brengt steeds de juiste stemming op het juiste moment.’

Het was nog een uitdaging om een orkest bij elkaar te krijgen dat al die muzieksoorten kon spelen en toch behapbaar van grootte moest blijven. Voor het samenstellen werkte orkestmanager Eline Snoek samen met de productieafdeling van het Koninklijk Conservatorium. ‘Ik kreeg een enorme hoeveelheid aanmeldingen,’ vertelt ze, ‘en niet altijd in de goede aantallen. Twee fagottisten en veertien altviolen, terwijl ik er maar vier nodig had.’ De deelnemende musici van het Residentie Orkest, waaronder eerste violiste Mara Oosterbaan en celliste Justa de Jong, bieden de jonge musici ruggengraat.

Hollóköis eerste indruk van het orkest is heel positief. ‘Ze reageren snel. Als ik iets corrigeer gaat het meteen de tweede keer al veel beter. Het is een jong orkest vol energie, ze stralen iets uit van “yeah, let’s do it!” Er zit natuurlijk ook veel leuke muziek in, zoals de bigband-Notenkraker van Brian Setzer.’ Eline: ‘De studenten genieten ervan om, naast de vaak technisch uitdagende stukken die ze voor hun studie oefenen, eens lekker ongecompliceerd Strauss te spelen.’

Voor Hollóköi zelf is Britten een van de favoriete stukken. ‘Het is krachtige muziek, rijk en ritmisch. Er is een prachtig ballet bij van twee zeer goede dansers, die vlammen verbeelden.’ Maar ook de Strauss-ouverture en Pie Jesu van Andrew Lloyd Webber kan hij zeer waarderen. ‘Dat laatste is een stuk zonder dansers, maar met een geweldige sopraan. Het meest typische balletstuk is van Meyerberg. Dat is ook het langste stuk. Pianist Erwin Weerstra heeft er met de dansers heel hard aan gewerkt.’

De tijd is kort, want tussen deze eerste repetitie en de première zit maar ruim een week. Maar Hollóköi heeft er alle vertrouwen in, en veel zin. ‘Later deze week gaan we voor het eerst met de dansers samen oefenen. Dan wordt het écht spannend!’

 

Auteur: Frans van Hilten

Agenda

25 dec 2018 t/m 28 dec 2018
19 feb 2019 t/m 25 apr 2019